Hoogeveen is een typische veenkoloniale stad: recht, overzichtelijk en gegroeid langs de kanalen die werden gegraven om het veen af te voeren. De stad dankt haar bestaan aan de grootschalige ontginning van het Drentse hoogveen in de 17e en 18e eeuw. De rechte straten, de kanalen en de systematische stadsplanning verraden nog altijd de veenkoloniale oorsprong.
Hoogeveen is vandaag een moderne stad met een sterke industrie en een groen karakter. Het omliggende landschap — deels voormalig veen, deels heide en bos — maakt de regio aantrekkelijk voor recreatie en toerisme.
Snelle feiten
| Provincie | Drenthe |
|---|---|
| Inwoners | ca. 55.000 (2024) |
| Stadsrechten | Geen historische stadsrechten — veenkolonie gesticht 1625 |
| Bekendste kenmerk | Veenkoloniale stadsplanning, kanalen, industrie, recreatiegebied De Wielen |
Geschiedenis van Hoogeveen
Stichting als veenkolonie
Hoogeveen werd in 1625 gesticht door de Drentse edelman Roelof van Echten als veenkolonie. Van Echten liet het Hoogeveensche Veen draineren via een stelsel van kanalen en sloten. Arbeiders kwamen van heinde en verre om het zware werk van turfsteken te doen. De rechte structuur van de stad — met het Hoofdkanaal als ruggengraat — is direct het gevolg van deze planmatige aanleg.
Groei en industrie
Na de veenontginning volgde de industrialisatie. Aardappelmeelfabrieken, strokartonbedrijven en later diverse industrieën vestigden zich in hier. De stad groeide gestaag en ontwikkelde zich tot de tweede stad van Drenthe. In de 20e eeuw kwamen ook zorginstellingen en onderwijs naar Hoogeveen, wat de stad een meer gevarieerd karakter gaf.
Hoogeveen vandaag
Hoogeveen is een actieve industriestad met een groene omgeving. Het recreatiegebied De Wielen — aangelegd in voormalige veenputten — biedt water, strand en natuur direct bij de stad. De rechte kanalen zijn nog altijd bepalend voor het stadsbeeld.

